De Heilige Antonius Abt

Antonius is rond het jaar 250 geboren in midden-Egypte nabij het dorp Keman el Aroes. Zijn ouders hadden een boerenbedrijf en waren welgesteld. Zij waren christen temidden van een bevolking die nog grotendeels een mengeling van Grieks/Romeinse godsdiensten aanhing. Als jongere had hij al weinig behoefte aan wereldse zaken. Toen hij 20 jaar was, verloor hij zijn beide ouders. Dat bracht hem tot een grondig nadenken over de kwetsbaarheid van het leven, en wat daarin wezenlijk van waarde was. Op zekere dag werd hij in een kerkdienst getroffen door de vermaning van Jezus aan de rijke jongeling: "Wil je volmaakt zijn, ga dan heen, verkoop je bezittingen en geef ze aan de armen." Hij vatte deze tekst letterlijk op: hij verkocht de boerderij van zijn ouders, verdeelde zijn bezit onder de armen, vertrouwde zijn jongere zus toe aan de goede zorgen van enkele eerzame vrouwen en trok naar de woestijn. Zijn doel was te gaan leven in uiterste soberheid, om daarmee in contact te komen met de diepste Bron van zijn bestaan: met God.

In kader: Beeldje van Antonius Abt met boek en belletje in de hand en een varken aan z’n voeten (coll. Langerhuizen)

Hoewel hij niet kon lezen of schrijven, mediteerde hij intens over de Bijbelse teksten die in zijn herinnering lagen opgeslagen. Zo groeide hij in levenswijsheid, in geloof en in liefde voor mensen. Het meest bekend is Antonius echter vanwege de talloze verzoekingen waarmee de duivel hem kwelde. De bisschop van Alexandrië, Athanasius, die het leven van Antonius in een uitgebreide biografie heeft beschreven, geeft vele voorbeelden van de nachtmerries en angstvisioenen die hem overkwamen. In beelden van die tijd werden zij weergegeven: monsterachtige figuren, angstaanjagende gedrochten, vreemde creaturen die hem geestelijk en fysiek geweld aandeden. Hoe vaak hij ook van spelonk of schuilplaats veranderde, overal wist de Boze hem te vinden. Met deze uiterlijke beelden werd de levenslange innerlijke strijd van Antonius weergegeven, en de aanvechtingen om zijn zoektocht naar het wezenlijke op te geven, en terug te keren naar het makkelijke maar platte leven van vroeger.



De verzoeking van Antonius (Salvador Dali)

Antonius werd zodoende de ′vader van het monnikendom′. Het middeleeuwse volksgeloof maakte van deze demonische verschijningen varkens, wellicht ook ingegeven door het voorrecht van de Antonieter monniken, die hun varkens vrij mochten laten rondlopen in de stad om voedsel te zoeken. Zij droegen een belletje, en vandaar dat Antonius vaak wordt afgebeeld met een staf met bel en een varken aan zijn voeten. Om die reden ging men hem dan ook aanroepen als beschermheilige van het vee. Maar ook werd in dat varken iets aangevoeld van de duivel waarvan deze heilige kluizenaar in zijn leven zoveel te verduren had, maar die hij overwon. Immers, Antonius volhardde in zijn strijd.
Hij zocht daarvoor de kracht in volledige overgave aan God. "Heer, ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp," zo luidde zijn eindeloos gebed. Dit gebed en het leven in grote soberheid maakten hem sterk genoeg om de verleidingen te weerstaan.

Hij ontwikkelde zich tot een uiterst authentiek en onbaatzuchtig gelovige. Zijn wijsheid en inzicht in het leven van mensen groeiden tot grote hoogten. Geen wonder dat velen bij hem om raad kwamen vragen en hem zelfs navolgden in zijn kluizenaarsbestaan in de woestijn. Zij beschouwden hem als hun ′vader′, hun ′abba′ ofwel ′abt′. Hoewel hij zelf liever in de eenzaamheid verbleef, zwichtte hij voor de aandrang om leiding te geven aan zijn navolgers, en legde zo de basis voor het kloosterwezen. Ook werd zijn inzet gevraagd bij het opkomen voor de christenen tijdens de vervolgingen door keizer Maximus, en de strijd tegen het arianisme, een stroming onder de christenen die de goddelijke oorsprong van Jezus betwistten.

Vele kunstenaars, vooral de beroemde ′surrealisten′ zoals Jeroen Bosch en Salvador Dali, werden in hun kunstwerken geïnspireerd door de biografie van bisschop Athanasius, die een groot vriend en kenner van Antonius was.
Antonius stierf toen hij 103 jaar was, en op zijn verzoek werd hij op een geheime plaats begraven. Desondanks werd zijn gebeente een paar eeuwen later teruggevonden en overgebracht naar de kerk van Alexandrië. In de 11e eeuw kwam het in Constantinopel terecht en kort daarop - via de kruisvaarders - in het Franse Motte-Saint-Didier. Van daaruit verspreidde zich zijn roem ook over West-Europa. Naast populair volksheilige bleef hij de grote inspirator van de monniken. Toen dan ook de Middelburgse Norbertijnen in 1357 een kapel stichtten in Scheveningen, werd Antonius Abt tot schutspatroon gekozen. Zo is vanaf die tijd zijn naam verbonden met de Scheveningse geloofsgemeenschap en mogen wij ons ook nu nog door hem laten inspireren.

Bisschop Athanasius van Alexandrië, schreef tussen 356 en 362 na Christus een uitgebreide, lezenswaardige, biografie over het leven van de H. Antonius ‘de Egyptenaar’.



Wie geïnteresseerd is, kan op onderstaande link klikken om de biografie te lezen:



Vita Antonii

Voor kunstliefhebbers volgen onderstaand een paar afbeeldingen van beroemde kunstenaars, die door Antonius geïnspireerd werden:



Athanasius schrijvend aan de biografie van Antonius (360 na Chr.)




Verzoeking van Antonius (Alexandre Louis Leloir 1871)



De verzoeking van Antonius (Pieter Huys 1547)